Studietips voor talen

· Het leren van woordjes gaat het beste als je ze èn opschrijft èn hardop uitspreekt èn oefent in een zinnetje, zodat je de betekenis goed in je hoofd opslaat.

· Bij het uit je hoofd leren van vocabulaire en grammatica werkt herhaling erg goed. Als je een rijtje woordjes of werkwoordsvormen moet stampen kun je beter een paar dagen eerder beginnen en het aantal keer herhalen. Dan worden ze dieper in je geheugen opgeslagen dan wanneer je ze een dag van tevoren bestudeert.

· Probeer bij het leren van woorden een plaatje in je hoofd te vormen. Dit helpt om de betekenis beter in je hersenen op te slaan. (Probeer bij maison ook een echt huisje in gedachten op te roepen).

· Als je de vertaling of de schrijfwijze van een woord niet kunt onthouden probeer dan een associatie te vinden bij het woord. Dit kan een heel absurde associatie zijn (een professor: één f, twee s-en: een man op één fiets met twee sokjes), of een Nederlands woord dat lijkt op de vertaling in een buitenlandse taal (contribute=bijdragen, denk aan het Nederlandse contributie).

· Leer niet alle rijtjes en woordjes in één keer. Deel het op in blokken, zodat je geconcentreerd blijft. Je kunt beter 5 minuten geconcentreerd leren dan twee uren naar de pagina kijken zonder iets in je geheugen op te slaan. Ga ondertussen iets anders (bijvoorbeeld een ander vak doen). Zorg dat je sowieso uitgerust bent als je moet leren. Het leren gaat dan veel sneller. Als je thuiskomt, zorg dat je eerst wat leuks gaat doen voordat je je op je schoolwerk stort. Drink thee met je zusje of laat de hond uit. Dan heb je weer genoeg energie om je op je schoolwerk te storten.

· Als je de spelling van woorden moet leren werkt het goed om ze in stukjes uitgesproken in je hoofd te zetten. Bijvoorbeeld: exhaustion: zet dit in je hoofd als ex haus tion.

· Bij het schrijven van een opstel: verzin altijd eerst een goede structuur (inleiding, argumenten of voorbeelden en slot) en schrijf daarna op wat je voor de verschillende onderdelen als basis kunt gebruiken. Als je dit hebt gedaan kun je vaak in een keer de tekst er omheen schrijven. Zorg dat je in de inleiding een zin hebt staan die het voor de lezer aantrekkelijk maakt om het stuk te lezen. Dit kan of een goede vraag of een anekdote zijn. Als je klaar bent met schrijven, leg de tekst dan even weg en denk aan wat anders. Vervolgens lees je de tekst nog een keer door alsof iemand anders hem heeft geschreven. Er is niets moeilijker dan je eigen tekst kritisch doorlezen, dus kijk er voor uit dat je niet over je eigen fouten heen leest.

Ezelsbruggetje.nl