Nederlands voor 'neven-instromers'
De praktijk van de afgelopen decennia heeft geleerd dat het voor een normale school voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs moeilijk is leerlingen die rechtstreeks uit het buitenland komen Nederlands te leren. Deze zogeheten zij- of neveninstromers kunnen de beginnerslessen Nederlands beter krijgen van gespecialiseerde leerkrachten Nederlands als tweede taal in een aangepast lesprogramma.

Een cluster van scholen, in één gemeente of van meerdere plaatsen, kan een dergelijke eerste opvang instellen. Gespecialiseerde leerkrachten komen langzamerhand beschikbaar, doordat de pabo's een specialisatie Nederlands als tweede taal bieden.
Bovendien is in 1996 een post-hbo opleiding begonnen, waarmee zittende leerkrachten van alle onderwijssectoren zich kunnen bekwamen in Nederlands als tweede taal. De nascholingscursus is parttime, duurt een jaar en wordt gegeven in zeven plaatsen van het land.
Doordat deze eerste opvang elders plaatsvindt, heeft een doorsnee onderwijsinstelling vooral te maken met kinderen en volwassenen die het Nederlands een klein beetje beheersen. Het programma van taalverwervingslessen voor deze groep ligt vast in een zogeheten taalleerlijn. In het begin speelt mondelinge taalverwerving een grote rol en daarbij staat de woordenschat centraal.
Tevoren is vastgelegd welk pakket woorden in welke periode behandeld en beheerst moet worden. Van de leerlingen worden voornamelijk receptieve (in dit geval luisteren) prestaties verwacht, omdat taalbegrip voorafgaat aan taalproductie. Bij het leesonderwijs richt de aandacht zich (indien van toepassing) op de verschillen tussen Latijns-schrift, dat bij het Nederlands gebruikt wordt, en niet-Latijns schrift.
Naarmate de taalverwerving vordert ontstaat er meer overlap met de reguliere lessen voor de leerlingen voor wie Nederlands de moedertaal is. Dan komen ook begrijpend lezen, leesstrategieën en tekstbegrip aan de orde. De lessen zijn dan zodanig gevorderd dat het al gaat om de beheersing van het Nederlands als schooltaal. De groepering van de leerlingen kan dan worden aangepast, zodat bijvoorbeeld ook de wat taalzwakkere leerlingen met Nederlands als moedertaal, meedraaien in de aparte lessen.

