Het beleid van de Nederlandse regering
Ook al is de verantwoordelijkheid voor aanpak van de taalproblematiek in het onderwijs voor het grootste deel bij gemeenten gelegd, de formulering van de beleidsdoelstellingen van het achterstandenbeleid blijft een rijkstaak. Als landelijke prioriteiten zijn tot 2001 gekozen: de voor- en vroegschoolse educatie, beheersing van de Nederlandse taal, vermindering van de verwijzing naar speciale voorzieningen, evenredige deelname aan het onderwijs van achterstandsgroepen en monitoring.
Afhankelijk van de plaatselijke situatie, kunnen de gemeenten in overleg met de scholen hierbinnen hun eigen accenten bepalen. De rol van gemeenten bij Nederlands als tweede taal is niet nieuw. In vele steden noodzaakte de komst van veel allochtonen al eerder tot gezamenlijke maatregelen. Zo zijn centrale opvangvoorzieningen tot stand gekomen voor alle leerplichtigen die nog geen Nederlands spreken. Maar in sommige plaatsen gebeurt meer.
Daar organiseert de gemeente bijvoorbeeld nascholing van docenten en peuterleidsters, een extra inspanning via de schoolbegeleidingsdienst of voorschoolse vorming.

