"Schat, ik maak je huiswerk wel"
Libelle, januari 2012 door Dominique Prins
Zo leren ze het toch nooit?
Regelmatig droom ik dat ik door lange schoolgangen op zoek ben naar het juiste lokaal waar ik een proefwerk moet maken. Meestal kom ik te laat, of heb ik de verkeerde stof geleerd. Ik ben altijd opgelucht als ik wakker word; het was maar een droom. De tijd van proefwerken maken ligt immers jaren achter me? Tot ruim drie jaar geleden oudste zoon S. naar de brugklas ging. Voor die tijd keek ik altijd meewarig naar ouders die zich intensief bemoeiden met het huiswerk van hun kinderen, of zelfs hele verslagen voor ze maakten. Zo leerden die kinderen toch nooit zelfstandig te werken? Bovendien, mijn moeder bemoeide zich ook nooit met mijn huiswerk. En ik ben best goed terecht gekomen.
Bij de eerste onvoldoende van S. dacht ik nog: kan gebeuren. Bij de vijfde kreeg ik het een beetje benauwd, en toen in de Kerstvakantie bleek dat S. geen idee had hoe hij de stof voor een biologieproefwerk in zijn hoofd moest krijgen, leek ingrijpen onafwendbaar. Vanaf toen werd mijn agenda voor een groot deel bepaald door het proefwerkschema van S. Daarin ben ik lang niet de enige ouder, zegt Bas Levering, lector Algemene Pedagogiek bij Fontys Hogescholen: “Ouders zitten er tegenwoordig veel meer bovenop. Vroeger had je grote gezinnen. Als één of twee van de kinderen het minder deden, was dat geen ramp. Nu hebben ouders vaak maar één of twee kinderen. Die moeten wel succesvol zijn. Bovendien wordt de prestatievraag vanuit de samenleving groter. Ouders investeren daarom meer in hun kind. Soms neigt dat naar overinvestering.”
De leefwereld van kinderen is ook ingewikkelder geworden met alle afleiding van computer, televisie en telefoon, denkt Ellen Rogier, docent aan de Katholieke Scholengemeenschap Hoofddorp: “En kinderen hebben al jong een bijbaantje. Vroeger had je dat allemaal niet, je dronk een kopje thee en dan ging je huiswerk maken.”
Succes met je huiswerk!
Overinvestering of niet; ik had een nieuwe missie: S. door de brugklas heen helpen. Vriendinnen hoorden mijn huiswerk-avonturen hoofdschuddend aan. ‘Laat het toch los,” adviseerden ze. Collega’s vroegen hoe mijn geschiedenisproefwerk was gegaan en wensten me na een werkdag opgewekt ‘Succes met je huiswerk!’. S. lag geen seconde wakker van een naderend proefwerk. Ik daarentegen werd regelmatig badend in het zweet wakker. Morgen wiskunde!
Maar mijn inspanningen loonden; S. kwam in 2 havo terecht. Hoewel ik me had voorgenomen het hem nu zelf te laten doen, kwam daar in de praktijk niets van terecht. Integendeel; als hij dringend een voldoende nodig had om zijn cijfer voor Nederlands op te halen, zat ik tot ’s avonds laat aan zijn boekverslag te werken. Fijn voor S., maar niet leerzaam, berispt klinisch psycholoog Astrid Westenbroek van het UMC me: “Als je dingen die je kind moeilijk vindt, overneemt, krijgt het niet de kans er zelf mee te oefenen. En krijgt het dus ook geen vertrouwen dat het zelf dingen kan.”
Maar op de dagen dat ik probeerde ‘los te laten’, gebeurde er niets, helemaal niets. Volledig loslaten hoeft ook niet, zegt Westenbroek: “De hersenen van een puber zijn volop in ontwikkeling. Ook de gebieden waarmee je bijvoorbeeld huiswerk plant, gedisciplineerd leert en je concentreert op één ding. Dat kan een kind nog niet altijd zelf. Als je merkt dat het daar moeite mee heeft, kun je daar best bij helpen.”
Vooral jongens kunnen vaak wel wat steun gebruiken, zegt Levering: “Als de hormonen beginnen rond te gieren, worden veel jongens een beetje macho. Ze vinden het dan wel stoer om onvoldoendes te halen. Maar het is tegelijkertijd een periode die belangrijk is voor hun toekomst. Logisch dat je als ouders bezorgd bent wanneer het in deze fase niet goed gaat.”
‘Een 5,5 is toch voldoende?’
Intussen ploeterde ik door. S. kwam met de hakken over de sloot in 3 havo terecht. Iedere docent zei hetzelfde: ‘Hij kan het wel, maar hij doet gewoon niets.’ Dat is anders dan wanneer je kind het niet kán, vindt Levering: “Sommige ouders accepteren niet dat hun kind zijn best doet, maar gewoon niet beter kan. Pushen is dan niet de oplossing.” Ook Westenbroek ziet het verschijnsel dat kinderen overvraagd worden, doordat ouders een te hoog schoolniveau afdwingen: “Daardoor ontstaan eerder gedragsproblemen bij een kind. Het is goed om als ouder realistisch te blijven; kan je kind het niveau wel aan? Wat is er op tegen iets lager te beginnen? Er zijn meer wegen die naar Rome leiden.”
Leef je als ouder een beetje in, adviseert Levering bovendien: “Een puber krijgt veel nieuwe interesses. Hij wil van alles doen, maar zit een groot deel van de dag opgesloten op school. Dat is niet altijd makkelijk.”
Die andere interesses speelden ook bij S. een rol; hij kreeg een vriendinnetje. De weerstand tegen huiswerk werd nog groter, en het lukte me nauwelijks hem aan de slag te krijgen. Wel kreeg ik een begripvolle medestandster in mijn strijd: vriendin Marlen, wiens zoon inmiddels ook op de middelbare school zit. Marlen: “Op de basisschool ging D. fluitend door de schooljaren heen. Hij had standaard een fraai rapport, zonder al te veel inspanning. Ik maakte me dan ook weinig zorgen toen hij naar de middelbare school ging. Maar binnen een maand was ik terug op aarde; hij haalde de ene zware onvoldoende na de andere.”
Eerder had ze mij uitgelachen om mijn aanpak, nu veranderde Marlen zelf van een relaxte moeder in een control freak. Vooral de laconieke houding van onze zoons kon ons tot wanhoop drijven. Een 4,4 werd door hen optimistisch ‘afgerond bijna een 5’ genoemd, en een 5,5 was ‘toch voldoende?’ Marlen geeft eerlijk toe: “Tegen de tijd dat er een rapport aan komt, zit ik soms een paar keer per week met de rekenmachine door te rekenen welk cijfer hij moet halen. Zeker richting eind van het schooljaar, als het erom spant of hij overgaat.”
Vriendin Jolande werd nu degene die onze verhalen hoofdschuddend aanhoorde. Zelf is ze uitstekend in staat het schoolwerk van haar dochter los te laten: “Ze zit nu een half jaar in de brugklas, en ze moet het toch zelf doen. Wel komen er de laatste tijd wat onvoldoendes binnen. Ze heeft beloofd beter haar best te gaan doen. Ik wacht af of ze mijn vertrouwen daarin waard is.”
Wake up call
De ‘andere interesses’ werden S. fataal; hij bleef afgelopen zomer zitten. Hij zat er helemaal niet mee, ik was doodmoe van alle inspanningen, die uiteindelijk ook nog voor niets waren. S. zit nu dus opnieuw in drie havo, en wat zo erg had geleken, blijkt zowel voor hem als voor mij een uitstekende wake-up call te zijn geweest. Voor hem, omdat hij zelf geconfronteerd is met de gevolgen van zijn geringe inspanningen. Nog een keer blijven zitten betekent naar een andere school, en dat wil hij niet. “Ik ga het dit jaar anders aanpakken,” zei hij bij aanvang van het nieuwe schooljaar. Bij de meeste kinderen valt het kwartje van de eigen verantwoordelijkheid echt wel een keer, zegt Levering geruststellend: “Al kan dat soms even duren.” Een keer blijven zitten is soms inderdaad nuttig, aldus Westenbroek: “Maar daar moet je wel mee uitkijken. Als een kind erg zijn best heeft gedaan, en dan toch blijft zitten, zal het eerder denken: zie je wel? Ik kan het niet.”
Maar ook voor mij is het zittenblijven heilzaam geweest. Ik sleur en trek niet meer, want dat levert alleen maar meer weerstand op en kost ongelooflijk veel energie. Ik bied mijn hulp aan, maar laat het aan S. over of hij daar gebruik van maakt. Ik typ geen werkstukken meer, maar zit er naast als S. dat wil. Ik bied aan te overhoren, maar dwing het niet af. Een prima manier, vindt Westenbroek: “Op deze leeftijd kun je beter met ze in gesprek gaan dan ze dingen opleggen. Er bovenop blijven zitten past niet bij deze ontwikkelingsfase.”
Ook Levering is te spreken over mijn nieuwe aanpak: “Met controle en dwang moet je voorzichtig omgaan. Straffen heeft meestal weinig zin, belonen helpt vaak wel. Je wilt dat je kind verantwoordelijkheid neemt, dan moet je het ook de kans geven.”
Kijk naar je kind, adviseert Rogier: “Het ene kind heeft baat bij controle, het andere niet. Dat verschilt per kind.”
Laatst logde ik voor het eerst in lange tijd weer eens in op Magister, waar de cijfers van S. online te zien zijn. Het ziet er heel anders uit dan vorig jaar, dacht ik. Ineens zag ik het verschil: alle rode cijfers (onvoldoendes) hadden plaatsgemaakt voor zwarte (voldoendes).
Tips van de deskundigen
- Zorg voor een rustige werkplek met voldoende zuurstof en daglicht. Computer, telefoon en muziek uit, hoe moeilijk veel pubers dat ook vinden.
- Wissel maak- en leerwerk en verschillende vakken af. Niet voor niets duren lesuren 50 minuten; door dan van vak te wisselen, blijven de hersenen geconcentreerd.
- Geef je kind de kans zelf verantwoordelijkheid te nemen. Loopt dat mis? Bespreek dan wat het er zelf aan zou kunnen doen.
- Ruzie en straf werken niet motiverend; ze verslechteren alleen de sfeer thuis. Focus liever op iets dat wel is gelukt.
- Overhoren kan nuttig zijn, maar sommige kinderen worden er juist nerveus van.
Kader: hoe veel tijd kost huiswerk?
Hoeveel tijd een kind per dag aan zijn huiswerk kwijt is, hangt van verschillende factoren af. VWO-leerlingen moeten meer thuis doen, bovenbouwleerlingen hebben meestal meer huiswerk dan kinderen in lagere klassen, en het ene kind leert nu eenmaal sneller dan het andere. “Maar”, zegt Westenbroek, “Als je kind iedere dag tot 23 uur met zijn huiswerk bezig is, is dat niet goed.” Gemiddeld zijn de meeste kinderen één à twee uur per dag bezig met huiswerk. Dat is niet veel anders dan vroeger, denkt Rogier. Al wordt maakwerk tegenwoordig vaker in de les gedaan. Thuis moet dan alleen nog worden geleerd.
Kader: professionele huiswerkbegeleiding
Ze schieten als paddenstoelen uit de grond: instituten voor huiswerkbegeleiding. De branche wordt steeds professioneler, zegt Vincent van Dijk, woordvoerder van de site www.huiswerkbegeleiding.nl: “Instituten worden groter en krijgen meer filialen. Een nieuwe trend is huiswerkbegeleiding op sportclubs.” Dat steeds meer ouders voor deskundige huiswerkbegeleiding kiezen, is verklaarbaar volgens Van Dijk: “Ouders werken vaker allebei, dus hebben minder tijd en tegelijkertijd meer te besteden. Ze willen hun kind alle kansen geven om eruit te halen wat er in zit. Uit een rapport dat onlangs verscheen, blijkt dat ouders liever een tweede baan nemen, dan te moeten bezuinigen op huiswerkbegeleiding. Zelf doen ze liever léuke dingen met hun kind. Bovendien zijn veel lesmethodes veranderd, waardoor ouders eerder afhaken.”
De tarieven van huiswerkbegeleiding lopen nogal uiteen. Bijles in specifieke vakken kost op een instituut 30-35 euro per uur. Individuele bijlesdocenten hanteren een uurtarief van gemiddeld 20 euro. Algemene huiswerkbegeleiding kost gemiddeld 250 euro per maand voor drie dagen begeleiding per week. Voor vijf dagen begeleiding per week betaal je zo’n 475 euro.

