Huiswerk maken op school

Elsevier, november 2011 door Floortje Gunst

Het aantal commerciële huiswerkinstituten groeit explosief. Steeds meer scholen gaan met een instituut in zee, omdat ze merken dat de vraag naar huiswerkbegeleiding toeneemt. Ouders hebben allerlei motieven om te kiezen voor een huiswerkinstituut. ‘Ik heb gewoon geen zin in ruzie thuis.’

‘Ik snapte het niet zoals de meester het uitlegde en toen ging de bel.’ Zino Roerdink (14) zucht en wijst op een wiskundesom in zijn schrift. Hij zit in de derde klas van de havo van het Veluws College in Apeldoorn. Op zijn tafeltje staat een bordje met de tekst ‘Ik heb een vraag’. Een begeleider van huiswerkinstituut Studiekring gaat naast hem zitten en neemt de stof nog een keer met hem door. Als hij vindt dat Roerdink die goed beheerst, tekent hij het vak wiskunde af in de ‘huiswerkplanner’ van de leerling.

Twee middagen per week volgt Roerdink huiswerkbegeleiding en twee keer per week krijgt hij wiskundebijles. Het wordt gegeven op school. ‘Je moet hier wel huiswerk maken anders mag je niet naar huis,’ zegt hij. Er is hier bovendien weinig afleiding. Geen Twitter, Facebook, televisie en computerspelletjes. ’s Avonds kan hij met een gerust hart naar hockeytraining gaan. ‘Ik weet dat ik mijn huiswerk voor die dag af heb.’

Naast Roerdink zit een brugklasser Franse woordjes te leren. Ze wil graag worden overhoord. Op een tafel voorin het klaslokaal staan kannen met limonade en speculaasjes.

Duizenden brugklassers zijn deze maand vol goede moed begonnen aan hun middelbare schoolcarrière. De eerste proefwerken en schriftelijke overhoringen (so’s) zijn aangekondigd. Hun agenda’s beginnen vol te lopen met huiswerk. En een grote groep leerlingen maakt dat tegenwoordig onder professionele begeleiding. De tijd dat kinderen met hun moeder zaten te zwoegen op wiskundesommen of Duitse grammatica aan de keukentafel is voorbij.

Steeds meer middelbare scholieren maken hun huiswerk niet meer thuis, maar doen dat onder het toeziend oog van een huiswerkinstituut. Het gaat naar schatting om tussen de 60.000 en 110.000 middelbare scholieren. Het aanbod groeit explosief. Op dit moment zijn er circa vijftig grote spelers. Samen hebben deze commerciële instituten ruim tweehonderd vestigingen. Daarnaast bestaan er circa achthonderd kleine bedrijven, vaak eenmanszaken, die huiswerkbegeleiding aanbieden.

De grote spelers spreiden hun tentakels razendsnel uit. Zo had marktleider Studiekring in 2003 nog vier vestigingen, nu zijn dat er 56. En dat worden er waarschijnlijk nog veel meer. Vorige maand verwierf de Belgische investeringsmaatschappij Gimv een meerderheidsbelang in Studiekring. Doelstelling is om het aantal vestigingen en de omzet de komende jaren te verdubbelen.

Hoe komt het dat de vraag naar professionele huiswerkbegeleiding zo sterk is gegroeid? Vinden ouders dat hun kinderen op school slechte begeleiding krijgen? Willen ze ruzie over huiswerk voorkomen? Willen ouders per se dat hun kind naar het vwo gaat, ook al is dat te hoog gegrepen? Of hebben kinderen tegenwoordig niet meer de discipline om zelfstandig hun huiswerk te maken.

En bij wie ligt eigenlijk de verantwoordelijkheid voor het huiswerk maken? Bij de ouders, de school of bij het kind zelf? Een ding is zeker: commerciële partijen nemen die taak maar al te graag op zich.

De meeste huiswerkinstituten bieden zowel bijles als huiswerkbegeleiding. Bijles is bedoeld om leerlingen bij te spijkeren in één specifiek vak. Het is bijna altijd individueel. Bij huiswerkbegeleiding maken kinderen in een groepje van ongeveer zes onder begeleiding van docenten of studenten hun huiswerk. Het is niet gericht op één vak, maar op de manier waarop kinderen het best hun huiswerk kunnen maken. Ze leren bijvoorbeeld wiskundesommen oefenen, woordjes leren en proefwerken voorbereiden. Het draait vooral om het leren plannen en structureren van huiswerk.

 

Aandacht
 ‘Patrick heeft net wat extra aandacht nodig. In de les gaat het vaak te snel voor hem. En op school is er weinig individuele begeleiding,’ zegt Lenie Cuijpers (52). Haar zoon zit in vwo-3 en krijgt sinds de brugklas vijf dagen per week huiswerkbegeleiding. Ze snapt best dat een docent met een klas van dertig leerlingen geen tijd geeft om ieder kind één op één aandacht te geven. Cuijpers: ‘Maar Patrick heeft dat wel nodig om de stof te begrijpen en om structuur aan te brengen in zijn werk.’

Te weinig individuele begeleiding op school is een belangrijke reden voor ouders om te kiezen voor een huiswerkinstituut. Dat blijkt het rapport Uitwijken en inbrengen (2009) van de Onderwijsraad en wordt bevestigd door geluiden uit de praktijk. Ouders vinden dat hun kind meer individuele aandacht nodig heeft dan de school kan bieden, en dat van leerlingen een te grote mate van zelfstandigheid wordt gevraagd. De invoering van het studiehuis in 1999 was niet voor niets een grote impuls voor de sector. De vraag naar huiswerkbegeleiding nam vanaf dat moment sterk toe. Met het ‘nieuwe leren’ kwam de nadruk te liggen op zelfstandig werken. ‘Ineens moesten leerlingen zelf hun werk plannen. Veel ouders zagen dat hun kind dat niet kon en schakelde hulp van buiten in,’ zegt Vincent van Dijk, oprichter van het online platform Huiswerkbegeleiding.nl. ‘Een huiswerkinstituut neemt kinderen bij de hand.’

Leerlingen met een leer- of gedragstoornis zoals ADHD of dyslexie hebben daar extra baat bij. ‘Zonder individuele aandacht loopt deze groep vast in het reguliere onderwijs,’ zegt Jiles Luyt, directeur van Lector Studiebegeleiding. Ongeveer 10 procent van de leerlingen die dit huiswerkinstituut begeleidt, heeft een leer- of gedragsstoornis.

Is het niet de verantwoordelijkheid van de school om leerlingen waar nodig extra begeleiding te geven? Een rondgang langs scholen wijst uit dat de meningen daarover sterk verschillen. ‘Je kunt als school nooit de situatie van een huiskamer creëren, waar kinderen een op een aandacht krijgen en docenten controleren of ze hun huiswerk maken,’ zegt Paul Huppertz, rector van het Sophianum College. ‘En dat is ook niet nodig.’ Het is volgens hem weliswaar de taak van de school om kinderen te leren hoe ze hun huiswerk moeten maken. ‘Maar het is niet aan ons om er vervolgens op toe te zien dat ze dat in de praktijk ook goed doen.’

Andere scholen zien dat wel als hun verantwoordelijkheid en bieden zelf huiswerkbegeleiding aan. Zoals het Minkema College in Woerden. ‘Leerlingen hebben thuis niet altijd de rust om hun huiswerk te maken. Of hun ouders zijn er niet om te helpen,’ zegt Angela Koot, rector van het Minkema College. ‘Als school hoor je die begeleiding te bieden. En we hebben de mensen in huis.’

Trend is nu dat scholen een commercieel instituut in huis halen. Steeds meer scholen stellen, al dan niet tegen betaling, hun klaslokalen ter beschikking. ‘Het is een aanvullende voorziening die je als school biedt,’ zegt Arno Jansen, locatiedirecteur van het Etty Hillesum Lyceum in Deventer. Jansen: ‘We zagen dat veel van onze leerlingen naar huiswerkinstituten in de stad gingen. Het is prettiger om die begeleiding in huis te hebben. Dan zijn de lijnen tussen het instituut, ouders en mentoren korter.’

Het Veluws College in Apeldoorn ging drie jaar geleden al een samenwerking aan met een huiswerkinstituut. ‘Kinderen horen eigenlijk thuis huiswerk te maken, maar we merkten dat dat in de praktijk vaak niet gebeurt,’ zegt Joep Vliet, afdelingshoofd van het Veluws College. Ook veel leerlingen van deze school gingen al naar een commercieel instituut. Vliet: ‘Bij sommige huiswerkinstituten hadden we onze vraagtekens over de kwaliteit. Daarom hebben we gekozen een samenwerking aan te gaan. Dan heb je een vinger aan de pols.’ Het eerste bedrijf waarmee de school in zee ging was een eenmansbedrijf dat ‘zijn beloftes niet kon inlossen’. Vliet: ‘Het was allemaal erg amateuristisch. Er was maar één begeleider en als die wegviel, zaten de kinderen alleen in het lokaal.’ Dus zegde Vliet de samenwerking op, om een jaar later marktleider Studiekring binnen de muren van de school te halen. ‘Zij hebben een goede naam en al meerdere vestigingen op scholen.’

De kwaliteit van huiswerkinstituten kan inderdaad sterk uiteenlopen. Er is geen enkel toezicht. Huiswerkinstituten zijn immers marktpartijen en de Inspectie van het Onderwijs houdt alleen toezicht op door de overheid bekostigd onderwijs. ‘Er zit veel kaf tussen het koren,’ zegt Els Nelissen, directeur van brancheorganisatie de Landelijke Vereniging Studiebegeleidingsinstituten (LVSI). Daarom ontwikkelde de LVSI een keurmerk. Daarvoor moeten instituten voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. Gekeken wordt bijvoorbeeld naar de wijze waarop het instituut studiebegeleiding aanbiedt, de opleiding van docenten en begeleiders en de samenwerking met scholen en docenten. De LVSI heeft nu vijftig leden. Dat betekent dat van het overgrote deel van de huiswerkinstituten de kwaliteit op geen enkele wijze is gegarandeerd.

Marktleider Studiekring is niet aangesloten bij de LVSI. ‘We staan niet achter het statuut,’ zegt directeur Ivo Richaers. Hij is bezig om met een aantal andere grote instituten een stichting op te richten. Richaers:‘Die moet een serieuze spreekbuis worden voor de overheid en scholen.’ De aangesloten instituten zullen dan ook een kwaliteitsstempel krijgen. ‘Dat straalt toch vertrouwen uit naar ouders en scholen.’

 

Boeman
Scholen en private partijen nemen dus samen de taak van huiswerkbegeleiding op zich. En de ouders? Die hebben allerlei motieven om deze zorg uit handen te geven.‘Ik wil geen boeman zijn, en continu tegen Patrick moeten zeggen dat hij naar boven moet om zijn huiswerk te maken,’ zegt Lenie Cuijpers. ‘Ik heb gewoon geen zin in ruzie thuis.’ Liever houdt ze haar kinderen te vriend. Een belangrijke reden van ouders om professionele huiswerkbegeleiding in te schakelen, is inderdaad de rust die dat thuis met zich meebrengt. Regels stellen en discipline bijbrengen besteden ze liever uit. Ouders willen thuis niet de strijd aangaan met hun kinderen over huiswerk. ‘Ze geven dat deel van de opvoeding graag uit handen,’ zegt Jiles Luyt van Lector Studiebegeleiding. ‘Als ze ’s avonds om zes uur uit hun werk komen weten ze dat hun kinderen hun huiswerk hebben gemaakt.’

Veel van de ouders van kinderen die huiswerkbegeleiding volgen, werken allebei. De explosieve groei van het aantal huiswerkinstituten is deels toe te schrijven aan het toenemend aantal tweeverdieners. Ouders zijn overdag niet thuis om er op toe te zien dat hun kinderen hun huiswerk maken. Een commerciële partij is dan een goed alternatief, want ‘vreemde ogen dwingen’. Luyt: ‘Ouders zitten rustiger op hun werk als ze weten dat hun kinderen onder begeleiding hun huiswerk maken.’ Ze vinden het bovendien een prettig idee ‘om te weten waar hun kind overdag uithangt’. Eerst was er het kinderdagverblijf, nu het huiswerkinstituut.

Op de discipline van hun kinderen durven ze niet te vertrouwen. Die worden volgens hen aan zo veel prikkels blootgesteld dat ze wel erg sterk in hun schoenen moeten staan om uit eigen beweging achter de boeken te gaan zitten. Dus is een huiswerkinstituut waar geen televisie en computerspelletjes zijn, en waar ze hun telefoon uit moeten zetten een goed alternatief. Patrick Cuijpers (15) kent zichzelf. ‘Ik weet van mezelf dat ik ga voetballen of een computerspelletje ga doen als ik alleen thuis ben. Dat is veel leuker dan huiswerk maken.’

Het zijn vooral havo- en vwo-leerlingen die gebruik maken van huiswerkbegeleiding. Dat is niet voor niets. Ouders stellen steeds hogere eisen aan het onderwijs van hun kinderen. Een goede opleiding is volgens hen de sleutel tot succes op de arbeidsmarkt, en tot een goede positie op de maatschappelijke ladder. Ze willen de weg naar het hoger onderwijs voor hun kinderen veiligstellen. Daartoe zetten ze alle middelen in die er zijn. Dus ook professionele huiswerkbegeleiding. Zo zorgen ze ervoor dat hun kinderen naar een zo hoog mogelijk schooltype kunnen gaan, het liefst de havo of het vwo.

‘Daisy had een lage citoscore, maar ik wilde per se dat ze naar het vwo zou gaan, zodat ze daarna naar de universiteit kon,’ zegt Loes Post. Haar dochter volgde gedurende haar hele schoolloopbaan huiswerkbegeleiding. En niet zonder resultaat. Ze is nu derdejaars geneeskunde. Post: ‘Met een universitaire opleiding zijn je toekomstkansen nu eenmaal een stuk groter.’ Luyt van Lector studiebegeleiding raadt ouders wel af ‘kinderen voor 100 procent afhankelijk te maken van huiswerkbegeleiding’. Luyt: ‘Als een kind zonder intensieve huiswerkbegeleiding het vwo niet haalt, dan zal het op de universiteit in de problemen komen.’ Kiezen voor een te hoog niveau is slechts uitstel van executie.

Er is vaak niet een enkele reden waarom ouders voor huiswerkbegeleiding kiezen. Meestal is het een combinatie van onderwijs- en opvoedkundige motieven. Daarbij gaat het natuurlijk in de eerste plaats om het kind. Maar, zo blijkt uit de motivatie van ouders, zelf halen ze er ook hun voordeel uit.

De vraag naar professionele huiswerkbegeleiding neemt naar verwachting van scholen alleen maar toe. Steeds meer hogescholen en universiteiten zullen in de toekomst hun studenten gaan selecteren, onder meer op cijfers. Het belang om op de middelbare school hoge cijfers te halen, neemt dan alleen nog maar toe. En daarmee de vraag naar intensieve huiswerkbegeleiding. Commerciële partijen springen maar al te graag in dat gat.

Een brugklasser van het Veluws College in Apeldoorn slaat haar Garfield agenda open. De bel is net gegaan. Leerlingen rennen uitgelaten het schoolgebouw uit. Een klein groepje blijft achter. Tijd om huiswerk te maken. De begeleider vraagt aan de brugklasser wat ze als huiswerk heeft opgekregen. Voor geschiedenis: de Franse revolutie. Ze heeft het al een keer gelezen en vindt zelf dat ze de stof wel kent. De begeleider denkt daar anders over. ‘Als je het alleen leest gaat het het ene oor in en het andere oor uit. Je kunt beter een samenvatting maken, dan onthoud je het goed.’ De brugklasser zucht. Ze scheurt een blaadje uit haar schrift. Of ze niet vergeet eerst haar mobiele telefoon uit te zetten.

Ezelsbruggetje.nl