Eerste hulp bij leerproblemen

HP/De Tijd, 14 oktober 2005 door Fleur Jurgens
 
Het moderne huiswerkinstituut annex probleemadviesbureau is voor drukke ouders en lastige pubers een welkome steun in de rug. 'Mijn nieuwe moeder hoeft nu in elk geval niet meer te zaniken over mijn huiswerk.'
 
Huiswerkinstituut Ofkje Teekens zetelt in een zonnig pand in het chique Haagse Statenkwartier. Een blond meisje op sokken doet de voordeur open. Gijs, de jonge studeerkamerhond, staat kwispelend achter haar in de marmeren hal, waar gympies slordig verspreid staan. Het pubermeisje loopt dromerig door de witte gang met de gouden deurklinken terug naar de huiskamer. Daar was zij aan een grote ronde tafel bezig met haar wiskundesommen. Gijs krijgt zijn vijfde koekje en vlijt zich aan haar voeten. In de huiskamer zitten zo'n twintig scholieren over hun boeken gebogen. Thee, limonade en koekjes staan op tafel. Drie 'huiswerkcoördinatoren' lopen rond om zich zo nu en dan fluisterend over een pupil te buigen. Aardrijkskunde, natuurkunde of Franse woordjes, ze draaien nergens hun hand voor om. En ze blijven onbewogen onder de gekste vragen. "Hoe lang is een fiets? Anderhalve meter?" vraagt Laura (16), het meisje op sokken, aan huiswerkcoördinator Karin van Leeuwen. "Zoiets, ja. Kijk anders even op de gang: daar staat er eentje." Van Leeuwen is naast studiebegeleider ook masseur. Maar het massagekamertje dat een jaar geleden is ingericht om faalangstige of verkrampte kinderen te leren ontspannen, heeft ze nog maar zelden gebruikt. "Pubers vinden dat toch een beetje eng, zeker als ze me ook als begeleidster kennen." De meesten van de acht huiswerkbegeleiders hebben een dubbelfunctie. Er zitten remedial teachers (een moderne term voor individueel begeleider van een kind met leerproblemen), orthopedagogen, secretaresses, communicatiedeskundigen, onderwijzers en psychologen tussen. In een tweede pand een straat verderop huist zelfs een heuse diagnostische afdeling van Ofkje Teekens, waar onder meer capaciteitstesten en dyslexie-onderzoek worden gedaan bij kinderen die op school in de knel zijn geraakt. En sinds een jaar houdt een onafhankelijke kinder- en jeugdpsychotherapeut er spreekuur om sociaal-emotionele en psychiatrische stoornissen te onderzoeken en te behandelen. Veel kinderen met leerproblemen blijken namelijk ook een psychiatrische afwijking te hebben. "Ouders melden hun kinderen aan voor huiswerkbegeleiding, maar meestal speelt er meer," vertelt remedial teacher en communicatieadviseur Floor Gunkel. "Het kind heeft bijvoorbeeld een leerprobleem, zoals dyslexie, er zijn moeilijkheden in het gezin, of de ouders hebben opvoedproblemen. Huiswerkbegeleiding maakt voor veel ouders de drempel lager om ondersteuning te zoeken."
 
In de 'studeerkamer', zoals de afdeling aan de Cornelis de Wittlaan heet, moeten vooralsnog gewone puberstreken gecorrigeerd worden. "Wat had ik nou gezegd, Boris?" zegt een coördinator tegen een jongen die steeds omgedraaid op zijn stoel zit om de aandacht van een meisje te vangen. "Nu ben ik je echt helemaal zat. Ga maar even in de keuken zitten." "Maar ik haat de keuken!" zegt de kleine Boris verongelijkt. "Maakt me niet uit." Kletsers die het echt te bont maken, worden naar het 'kippenhok' gestuurd, een kamertje op zolder met prenten van kakelende kippen aan de muur. Maar meestal is dat helemaal niet nodig, vertelt huiswerkbegeleider en orthopedagoog Esther Verhage. "Vreemde ogen dwingen. En de meeste kinderen willen zo snel mogelijk klaar zijn. Hun vrijheid is de beste stok achter de deur." Van Leeuwen overhoort Quirine van Wijk (14), met een bloot buikje boven haar stoere spijkerbroek. Ze doet mavo-kaderberoepsopleiding en wil later net als haar moeder verpleegster worden. Naast Laura zit ze stuurs op haar modieuze kralenketting te bijten. "Contemporary, usually, company. Je hebt ze allemaal goed, alleen de spelling klopt nog niet helemaal, " zegt de coördinator enthousiast. Quirine wiebelt ongeduldig met haar pen. Haar vriendin Laura vertelt intussen hoe ze drie jaar geleden bij Ofkje Teekens terechtkwam: 'aangemeld door mijn moeder'. "Thuis ging ik na school altijd eerst televisie kijken en computerspelletjes spelen. 's Avonds om negen uur ging ik eens aan mijn huiswerk beginnen. Ja, dan zat ik dus tot een uur 's nachts te werken." Nu is ze vaak alom vijf uur 's middags 'helemaal vrij'. Kan ze lekker naar buiten, hangen op een bankje. Of achter de MSN. En op school haalt ze voor alle vakken 'vette punten'. "Klaar!" Laura slaat haar boeken dicht, doet haar leren jekkie aan en loopt naar de snoeppot, waar ze welverdiend een lolly uit pakt. "Ga je naar je vriend?" vraagt Quirine een tikje jaloers. "Dan moet ik eerst met de trein naar Spijkenisse," zegt Laura volwassen. Quirine neemt ook alvast een lolly. "Dan krijg je niets meer als je straks klaar bent," vermaant Van Leeuwen haar. Ondanks een telefoongesprek houdt ze haar pupillen haarfijn in de gaten. Quirine graait eigenwijs in de snoeppot, maar legt de lolly dan toch maar naast haar studieboek. Voor straks, als ze klaar is.
 
Zo'n 25 huiswerkinstituten telt Den Haag nu, schat Vincent van Dijk, die tien jaar geleden Huiswerkbegeleiding.nl oprichtte. Hij is de spreekbuis van 750 particuliere huiswerkinstituten die zich bij zijn site hebben aangesloten. In Het Statenkwartier zit er inmiddels 'op elke straathoek een'. "Bijna elk kind in deze buurt gaat naar huiswerkklas. Het is een soort statussymbool," denkt hij. "En een efficiënte vorm van naschoolse opvang." Vooral in de Randstad, waar veel drukke tweeverdieners wonen, is het fenomeen huiswerkklas razend populair. De huiswerkbegeleidingssite krijgt maandelijks zo'n zestigduizend bezoekers. Nog maar het topje van de ijsberg, denkt Van Dijk, want uit eigen onderzoek bleek onlangs dat veertig procent van alle ouders behoefte heeft aan huiswerkbegeleiding voor hun kinderen. Maar voor de meeste ouders is een bedrag van rond de 30 euro per middag huiswerkbegeleiding niet op te brengen. Vier middagen in de week huiswerkbegeleiding komen al snel neer op 450 euro in de maand. En een individueel capaciteitsonderzoek, zoals dat bij Ofkje Teekens wordt geboden, kost eenmalig 695 euro. In de grote steden is er een moordende concurrentie losgebarsten onder de instituten onderling, wat erin resulteert dat het ene nog meer doet dan het andere om het welzijn van de scholier op te krikken. Snoeppotten en koekjes zijn daarvoor allang niet meer toereikend. Vorige maand meldde zich nog een vernieuwd huiswerkinstituut in lounge-stijl aan bij Van Dijk. "Dat studiecentrum heeft overal designbanken en reusachtige studie-eieren neergezet, een soort studiecabines waarin begeleider en leerling een-op-een kunnen werken." Het stoffige imago van het huiswerkinstituut, waar een gepensioneerde leraar door een gymzaal ijsbeert om rijtjes leerlingen met harde hand discipline bij te brengen, is volgens Van Dijk dan ook allang achterhaald. "Huiswerk maken is net zoiets als pianoles. Het moet 'leuk' zijn. Als kinderen móeten pianospelen van een strenge juf, dan doen ze het niet. Zo is het ook met huiswerk maken." Naast een opgepoetst uiterlijk ziet Van Dijk een toenemende professionalisering van de huiswerkinstituten. Het begeleiden van kinderen wordt steeds meer een wetenschap, merkt hij. Niet alleen omdat ouders 'geen snars' meer begrijpen van de modern gepresenteerde lesstof en de 'profielen' die hun kinderen moeten volgen. Deze huiswerkinstituten-nieuwe-stijl bieden bijna allemaal individuele capaciteitstoetsen. "Soms lijkt een kind dyslexie te hebben, maar dan blijkt het na een intelligentietest toch leesluiheid." Door de opkomst van uit Amerika overgewaaide onderzoeksmethoden wordt de Citotoets weldra overbodig, voorspelt Van Dijk. Hoewel de Citotoets nu nog door veel middelbare scholen ten onrechte als een soort toelatingsexamen wordt gebruikt, zegt die eigenlijk maar weinig. "Een klassikale toets, voor elk kind hetzelfde, is een ouderwetse opvatting van onderzoek: het is altijd een momentopname."
 
Ofkje Teekens, die haar sporen heeft verdiend als leerkracht, manager en adviseur in het onderwijs, begon in 1995 als eerste in de buurt met een particuliere 'praktijk voor leerproblemen'. Naast huiswerkbegeleiding. faalangsttraining en hulp bij dyslexie en dyscalculie, biedt ze al jaren 'Citotraining' die onzekere basisschoolleerlingen moet voorbereiden op de Citotoets. "Ik adviseer ze bijvoorbeeld om met een lineaaltje te werken, kunnen ze daar in elk geval niet de mist mee ingaan," verklaart Teekens nuchter op de zolder van haar instituut, waar ze intussen vijfbasisschoolleerlingen aan het werk houdt. Ook zij ziet de beperkingen van de Citotoets, omdat die kinderen heel eenzijdig test. "Behalve kennis en inzicht zijn doorzettingsvermogen en sociale vaardigheden aspecten die in een schoolloopbaan minstens zo belangrijk zijn," merkt Teekens. Net als Van Dijk pleit ze voor een groter belang van het schooladvies van de docenten en het gebruik van individuele capaciteitstesten. "Het is voor het zelfvertrouwen van een kind heel belangrijk dat het niet boven zijn niveau terecht komt." Mede daarom probeert ze met haar 'Citotraining' prestatiegerichte ouders, die doorgaans een veel te hoge dunk hebben van hun oogappeltje, een realistischer beeld voor te spiegelen. Ook haar cursus 'survival voor brugpiepers' vindt elk jaar gretig aftrek. Teekens: "Kinderen van de basisschool komen vaak op leerfabrieken terecht, waar ze met zware tassen van lokaal naar lokaal moeten sjouwen, zelfstandig moeten werken en onder stress moeten presteren. Terwijl ze juist dan op een leeftijd zijn dat de hormonen door het lijf gieren. Alle ingrediënten om in de problemen te komen zijn in de brugklas ruimschoots aanwezig." Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) becijferde onlangs dat het aantal Nederlandse kinderen dat zonder diploma van school af gaat, de laatste jaren rond de vijftien procent ligt, een alarmerend hoog percentage in vergelijking tot andere Europese landen. En de vele vroegtijdige schoolverlaters worden hier bovendien steeds jonger. Het aantal brugpiepers dat uitvalt, is sinds 1998 zelfs verdubbeld tot 12.000 leerlingen. Teekens merkt al langer dat kinderen in de brugklas het extra zwaar hebben. Zo kunnen leerproblemen als dyslexie en dyscalculie ineens een onoverkomelijk struikelblok worden wanneer vreemde talen en wiskunde plotseling in het pakket zitten. Maar ook sociaal-emotionele en psychiatrische problemen spelen juist op de middelbare school op, volgens kinderpsychotherapeut Ton Hoogduin, omdat de regelmaat en veiligheid van de basisschool dan ineens wegvallen. "Laatst kreeg ik hier een brugklassertje dat nauwelijks sprak en niemand aankeek. Hij bleek een pervasieve ontwikkelingsstoornis te hebben, een vorm van autisme die de laatste jaren steeds vaker voorkomt. Dit jongetje had acht jaar op de basisschool doorgebracht zonder dat iemand er iets van had gemerkt."
 
Hebben kinderen tegenwoordig nu zoveel meer problemen dan vroeger? Wie in een modern huiswerkinstituut gaat kijken, krijgt wel de indruk. Bijna elk kind heeft daar wel een of andere afwijking. En ook het SCP constateerde in 'de sociale staat van Nederland 2005' onlangs een toename van het aantal 'zorgleerlingen' (kinderen met leer- en opvoedingsproblemen). Waren dat er in het schooljaar 199°-1991 nog 77.000, in 2003-2004 was het aantal zorgleerlingen gestegen tot 116.000. Maar voor een deel is er sprake van een self-fulfilling prophecy, denken de orthopedagogen van Ofkje Teekens. Door modernere diagnostiek en een grotere bekendheid met (leer)stoornissen van kinderen, komen ze ook steeds vaker aan het licht. Om enkele cijfers te noemen: naar schatting 3,6 procent van de basisschoolleerlingen - zo'n 36.000 kinderen - kampt met dyslexie. Twee procent van de kinderen in de leeftijd van 5 tot 14 jaar heeft last van de psychiatrische afWijking ADHD - dat zijn zo'n 40.000 kinderen van wie viermaal zoveel jongens als meisjes. En 15 tot 20 procent van de Nederlandse jongeren kampt met min of meer ernstige psychosociale en/of verslavingsproblemen. Maar naast een scherpere diagnostiek zijn er ook objectief maatschappelijke veranderingen aan te wijzen die de kindertijd minder zorgeloos maken. Steeds meer kinderen groeien opvergeleken met tien jaar geleden anderhalf keer zoveel - met zogenaamde 'taakcombinerende' ouders, die arbeid, huishouden en zorg combineren. Een jachtig bestaan wordt kinderen met de paplepel ingegoten. En in de prestatiemaatschappij is het geen uitzondering dat een vijfjarig kind én op zwemles én op balletles én muziek zit. De agenda van kinderen loopt al even snel vol als die van hun drukke ouders. Een andere bron van kinderstress zijn de gezinsproblemen waarmee steeds meer kinderen te maken krijgen. Een op de drie huwelijken strandt. Ongeveer een op de zes van de thuiswonende kinderen groeit als gevolg daarvan op in een eenoudergezin. Hun tanende financiële positie blijkt van nadelige invloed te zijn op hun schoolprestaties, volgens het SCP. En dat geldt helemaal voor hun gefnuikte zelfvertrouwen, de onrust en het loyaliteitsconflict dat veel kinderen van gescheiden ouders ervaren. Daarnaast groeien nog eens een miljoen kinderen onder de 12 en ruim een half miljoen jongeren van 12 tot 22 jaar op in een gezin waarvan een ouder psychische of verslavingsproblemen heeft. Van deze kinderen en jongeren loopt een op de drie grote kans om later tegen hetzelfde probleem aan te lopen. .
 
In een gemiddelde schoolklas zou dus een steeds groter deel van de leerlingen extra aandacht of begeleiding nodig moeten hebben. Maar het onderwijs heeft zich de laatste jaren juist in een tegenovergestelde richting ontwikkeld. Volgens de Inspectie van Onderwijs is de 'leerlingenzorg' op basisscholen steeds vaker niet op orde. Door de hervormingswoede op het ministerie van Onderwijs zijn er de laatste jaren zelfs zoveel bestuurlijke en onderwijskundige wijzigingen doorgevoerd dat scholen meer met de eigen organisatie dan met hun leerlingen bezig waren. Door personeelstekorten bovendien wordt de remedial teacher op de basisschool in praktijk vaak voor de klas gezet, vertelt Ofkje Teekens. Terwijl sinds 2001 - onder de noemer 'weer samen naar school' - is gestimuleerd dat kinderen met gedragsproblemen, leerstoornissen ofhandicaps in het reguliere onderwijs moesten blijven. Het speciaal onderwijs barstte namelijk al uit 'zijn voegen. En een 'gewone school' is nu eenmaal de beste emancipatie voor de gedragsgestoorde leerling, was de gedachte. In praktijk komen kinderen met problemen of stoornissen niet meer aan bod bij de overbelaste juf. In het voortgezet onderwijs zorgt het 'studiehuis'-concept voor veel narigheid. Het idee leek zo mooi: pubers die zelfstandig zouden kunnen werken en vooruit plannen. Maar in de praktijk werkt het niet. Kinderen van die leeftijd moeten juist 'leren leren', weet Teekens uit ervaring. Pubers ontberen wegens hun fysieke ontwikkeling de vaardigheden om vooruit te zien, blijkt uit het boek Waarom doet mijn puber zo vreemd van Barbara Strauch. Zo staat hun hersenontwikkeling het overzien van langetermijngevolgen in de weg. En hun hormoonhuishouding en behoefte aan slaap resulteren in een tijdelijke blinde vlek voor zaken als zelfdiscipline en verantwoordelijkheid. Daar komt bij dat aan het 'leren leren' op grote scholengemeenschappen alleen maar minder tijd wordt besteed. In de jaren negentig steeg het gemiddelde aantal leerlingen per middelbare school wegens fusies van 600 naar 1360. Grootschaligheid brengt voor zorgleerlingen risico's met zich mee, concludeerde het Onderwijsverslag 1999 al. "In praktijk is er nog steeds maar één orthopedagoog op zestig scholen," vertelt Ofkje Teekens. "Je moet wel zelfmoord plegen, wil die in actie komen." Logisch dat de particuliere 'huiswerkinstituten' - probleemadviesbureaus - als paddestoelen uit de grond schieten. Maar de politiek negeert die ontwikkeling, volgens Vincent van Dijk, de spreekbuis van huiswerkbegeleidingsinstituten. "Omdat het glad ijs is. In een goed functionerend onderwijssysteem zou huiswerkbegeleiding niet nodig moeten zijn."
 
Oscar de Krijger (15) zit slungelachtig heen en weer te wippen op het bankje in de gang met de glimmende deurklinken. Nee, zijn schoenen doet hij niet uit, 'wegens een ernstig voetprobleem', ginnegapt hij, terwijl hij zijn neus dichthoudt naar zijn vriend Brian, die juist zijn Nikes uitschopt. Sinds april dit jaar loopt Oscar bij Ofkje Teekens. Hij was verhuisd van Rotterdam naar Den Haag, kwam in de problemen thuis en was zo dyslectisch 'als een aap'. "Je moet mij aan het werk zetten. 'lk moet gemotiveerd worden," zegt hij vol zelfinzicht. . De 'nieuwe vriendin van zijn vader' was daartoe niet in staat, vertelt Oscar luchtig. Hij heeft zijn moeder verloren toen hij anderhalf was. "Als puber kon ik het gezag van mijn nieuwe moeder niet accepteren. Ze is maar vijftien jaar ouder dan ik". De obstakels van het leven zelf zijn door geen enkel huiswerkinstituut te verhelpen. Maar, vertelt Oscar, een klein voordeeltje is wel dat hij nu altijd voor zes uur 's avonds klaar is met zijn werk. En dat maakt het contact met zijn nieuwe moeder er stukken beter op. "Ze hoeft nu in elk geval niet meer te zaniken over mijn huiswerk." Het is half zes. Oscar schiet zijn jas aan, slingert zijn zware rugzak op zijn rug en glipt door de statige voordeur naar buiten.
 
www.huiswerkbegeleiding.nl

www.ofkje-teekens.nl

Ezelsbruggetje.nl