Citostress
VPRO-gids, februari 2006 door Hugo Hoes
Jasper, 11 jaar: ´Ik zit in groep acht en ik ga iedere week een uur naar Instituut Maltha in Bilthoven. De juf daar helpt me met taal en rekenen. Nu ben ik niet meer zenuwachtig voor de CITO-toets en snap alles.´
Met deze of vergelijke woorden worden op internet door particuliere huiswerkinstituten allerlei soorten Citotraining aangeboden en Jasper is zeker niet de enige die daar gebruik van maakt. Op de buitenschoolse onderwijsmarkt floreert het aanbod aan papieren, digitale en persoonlijke toetshulpen. Ruim dertig jaar na de invoering leidt de Eindtoets Basisonderwijs nog altijd tot spanningen bij onderwijzers, leerlingen en vooral ouders. Misschien zelfs nog wel meer dan in het verleden.
En dat is vreemd want toetsen gebeurt allang niet meer alleen in groep 8. Voor leerlingvolgsystemen worden kinderen hun hele schoolperiode systematisch getoetst. Zelfs in de laagste klassen van het basisonderwijs spreken kinderen al van de toetsstand als hun tafeltjes niet in knusse groepjes staan maar ouderwets achter elkaar.
Die spanning wordt voor een groot deel veroorzaakt door oneigenlijk gebruik van de toets. Zo worden bijvoorbeeld basisscholen door ouders beoordeeld op de Citoscores van hun leerlingen en hanteren steeds meer opleidingen in het voortgezet onderwijs enkel nog de Cito-uitslag als selectiemiddel. Dit terwijl de toets meet hoever een leerling is vergeleken met leeftijdsgenootjes. Niet meer en niet minder.
Vincent van Dijk, beheerder van de voorlichtingssite huiswerkbegeleiding.nl, ziet het belang dat ouders aan een goed toetsresultaat hechten de laatste jaren toenemen. Over de reden hiervan hoeft hij niet lang na te denken. ´Kinderen zijn een bewuste keuze geworden en ouders willen dat het goede producten van de samenleving worden. Een ontspoord kind staat niet zo lekker op de c.v. van pa of ma. Daarnaast neemt de kwaliteit van het onderwijs af en wordt van iedereen maar verwacht dat ie studeert. Angst voor het VMBO speelt ook een grote rol terwijl het van het grootste belang is dat een kind op een school van zijn eigen niveau zit.´ Volgens Van Dijk, tegenstander van de toets, wordt er veel te veel waarde aan gehecht. ´Kinderen zijn veel te jong om ze aan een toetst te onderwerpen waar zoveel gewicht aan wordt gegeven. Hij is ook niet goed. Ik ken genoeg voorbeelden van kinderen met een VMBO-advies die naar het VWO konden, of andersom. Onderwijzers weten zelf veel meer over hun kinderen dan de toets laat zien. Steeds meer scholen staan kritisch tegenover de toets en ik hoor geluiden uit de markt dat die gaat verdwijnen.´
´Daar is voorlopig geen sprake van,´ zegt Marleen van de Lubbe, projectleider Eindtoets bij het Cito in Arnhem. ´De toets blijft en het aantal scholen dat de hem afneemt is al jaren constant.´ Volgens haar komt de toegenomen belangstelling van ouders voor de toets niet uit de lucht vallen. ´Je ziet dat ouders tegenwoordig veel meer bezig zijn met onderwijs en precies willen weten wat hun kind doet en leert op school.´
Met filialen in Bilthoven, Zeist en Utrecht is de onderneming van oprichter en naamgever Willem Maltha (´Voor mij is het kopje huiswerkbegeleiding in de Gouden Gids gekomen.´) marktleider op het gebied van huiswerkbegeleiding. Maltha heeft een andere verklaring voor het toegenomen belang van de toets. ´Een goede initiatie wat betreft vervolgopleiding is veel belangrijker geworden omdat het steeds moeilijker wordt om te switchen van stroming. Wil je van 2 Havo naar 3 VWO dan moet je gemiddeld een 7,5 staan. Dat is hoog hoor, dat haalt bijna niemand.´ Onder zijn clientèle bevinden zich maar weinig ouders met te hoge verwachtingen van hun kroost. ´Ouders willen het maximale uit hun kind halen. Er is genoeg realiteitszin om te zien dat dat lang niet altijd overeenkomt met het hoogste onderwijstype.´
Spanning
Hoe meer gewicht -om welke redenen dan ook -de uitslag van de toets krijgt, hoe hoger de spanning oploopt in de maanden voor de meerkeuzedriedaagse. Van Dijk: ´Ouders beginnen zich in oktober al druk te maken en raken opgefokt. Als je daar maar lang genoeg mee doorgaat raakt je kind vanzelf gestresst. In Den Haag is zelfs al een massagesalon voor kinderen met Citostress. Die kun je daar weg laten masseren. Terwijl je natuurlijk beter de stress bij de ouders kunt weghalen. Die zou je moeten toetsen; kijken of ze wel geschikt zijn voor de opvoeding.´ Bij het Cito is men zich bewust van het dilemma dat zich kan voordoen bij het geven van voorlichting. Van der Lubbe: ´Al die aandacht kan spanningsverhogend werken en daardoor een averechts effect hebben. Wij hebben zelf onderzoek laten verrichten naar deze zogenaamde eindtoetsspecifieke spanning en daaruit blijkt dat die vooral afhangt van persoonlijkheidskenmerken. Dan gaat het om kinderen die ook bij andere toetsen of situaties faalangst kennen.´
Oefenen
Dat is de precies de doelgroep voor een cursus faalangstreductie zoals die wordt gegeven bij huiswerkinstituut Maltha als onderdeel van een Citotraining. Een dergelijke training duurt 3 a 4 maanden, een uur per week, waarin geen oude citovragen worden geoefend maar aan specifieke kennishiaten wordt gewerkt. Opmerkelijk: de meeste trainingen worden na de toets gegeven. Maltha: ´Dan pas zien ouders dat iets niet goed zit, worden de problemen in de volle omvang zichtbaar en worden ze wakker.´
De beste voorbereiding op de toets krijg je van je juf maar veel ouders hebben daar niet genoeg fiducie in. Uitgevers springen daar op in met vragenboekjes en cd-roms met opgaven om je thuis voor te bereiden. Dat heeft geen enkele zin volgens de projectleider van het Cito. ´Je leert niets van het alleen maar maken van toetsen. Onze opgaven zijn daar ook niet geschikt voor. In de winkel ligt een cd-rom van Sietse Kuipers met 200 vragen over werkwoorden. Maar als je regels over d en t niet hebt geleerd, heb je er bij een volgende vraag helemaal niets aan. Dit leer je niet van de ene op de ander dag.´
Toch heeft het Cito zelf ook een DVD voor ouders op de markt gebracht. ´Die zit heel anders in elkaar en ligt meer in het verlengde van ons voorlichtingsmateriaal.´
Ook Van Dijk vindt trainen voor de cito compleet zinloos maar passend in de hype die huiswerkbegeleiding de laatste jaren volgens hem is.´Luiheid van ouders speelt een belangrijke rol. Samen aan de keukentafel breuken oefenen is er tegenwoordig niet meer bij. Past niet binnen de quality time. Als ouders de studiemethoden al kennen want vooral in het basisonderwijs is veel veranderd. Overigens is er ook veel meer huiswerk. Ik kreeg vroeger nooit huiswerk. Onzekere ouders raken snel in paniek en kiezen dan voor externe begeleiding. En er zijn ook steeds meer problemen. Dyslexie en hoogbegaafdheid waren hot maar het nieuwste is NLD, Nonverbal Learning Disability. Dat betekent niet goed kunnen leren via voelen en zien maar wel via spraak en gehoor. Schijnt door een gebrek aan witte stof in de rechter hersenhelft te komen. Dat betekent dus één op één onderwijs,´ verzucht Van Dijk.
Hoe het met Jasper gaat weet men niet bij het instituut dat zijn foto prominent op de website heeft staan. ´Geen idee,´ zegt directeur Maltha, ´ik weet alleen dat hij nu een jaar of achttien is.´

