|
Rust
Het is belangrijk dat de leerling ook zelf achter de begeleiding
staat. Betrek hem bij het uitkiezen van een huiswerkbegeleidingsinstituut
en bespreek waarom u het noodzakelijk acht om hem hierheen te 'sturen'.
In veel gevallen is het voor de leerling een fijn idee dat de bemoeienis
van de ouders met het maken van huiswerk wordt uitbesteed aan een
instantie.
De rust kan terugkeren in het gezin en de interesse van ouders
in hun kinderen kan andere vormen aannemen dan het eeuwige 'Heb
je je repetitie Engels al af?', 'Zou je niet eens beginnen met je
wiskunde?'. Het huiswerkinstituut neemt deze verantwoordelijkheid
over, waardoor u weer eens belangstellend kunt informeren naar het
sociale of sportleven van uw kind!
Informeer bij andere ouders wat hun ervaringen zijn met huiswerkbegeleiding
en bel verschillende instituten op om te vragen welke begeleidingsmethoden
zij hanteren. Ook op deze internetpagina staat informatie over de
werkwijze van huiswerkinstituten.
Concentratieproblemen
Veel leerlingen lijden aan concentratieproblemen. Soms
is hiervoor een medische oorzaak aan te wijzen, maar vaak komt de
onrust voort uit het kind zelf of zijn omgeving. In een huislijke
situatie ben je al snel afgeleid door de televisie, telefoon, internet,
bekende geluiden, broertjes, zusjes. Vaak helpt het wanneer huiswerk
wordt gemaakt in een andere omgeving, waar al deze stoorzenders
ontbreken. Belangrijker is dat er iemand continu controleert of
een leerling aan het werk is.
Door regelmaat en controle wordt de concentratie verbeterd. Hieronder
staat een aantal tips voor studenten, die zorgen dat ze beter kunnen
leren:
Studietips:
- Maak een goede planning van wat je wilt doen, voor elk deel van
de dag, met de te bestuderen stof erbij.
- Bekijk wanneer je je het beste kunt studeren, 's morgens, 's middags
of 's avonds. Niet iedereen is op hetzelfde moment van de dag geconcentreerd.
- Probeer je niet langer te concentreren dan een half uur. Ga daarna
een paar minuten iets heel anders doen! Oefeningen, een computerspelletje
of de hond van je broertje treiteren.
- Na drie blokken van 30 minuten heb je een langere pauze verdiend.
- Probeer in zo'n rustig mogelijke omgeving te studeren. Ga er goed
voor zitten, zet rustige muziek op en de televisie uit!
- Probeer echt geïnteresseerd te zijn in wat je leest/leert, ook
al boeit het onderwerp je niet echt. Als je de interessante dingen
naar boven haalt, dan kun je de informatie veel beter onthouden.
- Neem voordat je begint alles even door, zodat je weet wat je gaat
lezen en hoe alles is opgebouwd.
- Ga vervolgens heel gedetailleerd de stof doornemen.
- Probeer niet aan andere dingen te denken dan aan leren en dwing
jezelf rustig te blijven zitten.
- Als je teksten hebt doorgelezen, laat deze dan even bezinken.
Probeer er even over na te denken.
- Maak schema's van de te bestuderen tekst.
Wat
is dyslexie?
Rond het begrip dyslexie heerst veel mysterie en onbegrip. Dit is
te wijten aan het feit dat hardnekkige misverstanden blijven bestaan.
Vroeger werd iedereen met lees- of spellingproblemen of problemen
als motoriek en oogafwijkingen al snel dyslectisch genoemd.
Iemand die lijdt aan dyslexie heeft altijd problemen met het leestempo,
spelling, het vergroten van kennis bij het leren lezen, het leren
van zogenaamde droge kennis als rijtjes, tafels en soortgelijke
informatie, de verwerking van lettertekens en klanken, en het automatisch
toepassen van 'droge kennis' en soms hoofdrekenen.
Niet iedereen die problemen heeft op het gebied van lezen en spellen
is dus automatisch dyslectisch. De problemen kunnen ook komen doordat
de persoon onvoldoende begeleid is, niet goed kan leren, andere
problemen aan zijn hoofd heeft of geen goed onderwijs heeft gehad.
Wanneer is het te herkennen?
Al in de kleuterfase kunnen kenmerken worden waargenomen die
duiden op dyslexie. In een later stadium wordt vaak dyslexie geconstateerd
bij kleuters die moeite hebben met het onthouden van bijvoorbeeld
liedjes, feiten als links en rechts, het exact nazeggen van woorden
of zinnen en het in de juiste volgorde plaatsen van klanken in woorden.
Als deze kleuters leren lezen hebben ze moeite met het onthouden
van klanken of woorden. Ze lezen haperend en kunnen klanken bij
letters moeilijk onthouden of verwarren deze. Je merkt dat ze gaan
gokken en 'letter voor letter' gaan lezen. Soms veranderen ze woorden
in compleet andere begrippen.
Bij het spellen worden woorden opgeschreven zoals ze klinken, draaien
ze letters om, laten ze woorden weg of voegen ze toe. Vaak kennen
ze de spellingsregels wel maar passen ze deze niet toe. Ook bij
andere vakken kunnen dyslectici problemen hebben, zoals bij het
schrijven van Engelse vakken, het uit het hoofd leren van rijtjes
voor aardrijkskunde, hoofdrekenen, etcetera.
Hoe te handelen?
Allereerst is het belangrijk de dyslexie te accepteren. Zowel de
dyslecticus zelf als zijn omgeving moeten onderkennen dat er problemen
zijn en dat die altijd op een of andere manier het leren dwars zullen
zitten. Zowel de school, als de persoon zelf moeten weten hoe ze
met de problematiek moeten omgaan.
Belangrijk is dat de problemen zoveel mogelijk worden omzeild en
de sterke kanten zoveel mogelijk worden benut. Een voorbeeld hiervan
is het gebruiken van plaatjes of gebaren bij het leren van letters.
Daarnaast moeten afspraken worden gemaakt met de school, dat de
leerling voor bepaalde oefeningen meer tijd krijgt dan de anderen.
Tot slot is het nodig dat de leerling meer en aangepaste oefeningen
krijgt om lees- en spellingproblemen te verminderen.
Begeleiding van Dyslexie
Er zijn verschillende bureaus die zich bezighouden met het onderzoeken
en begeleiden van dyslectici. Ook op scholen zelf en met name door
huiswerkbegeleidings-instituten wordt de laatste jaren steeds meer
aandacht geschonken aan dyslexie. Ook voor ouders zijn er speciale
cursussen die ouders meer inzicht geven in de problemen van hun
kind.
Dyscalculie
Wat is dyscalculie?
Dyscalculie is veel minder bekend dan dyslexie. Letterlijk betekent
het 'slecht kunnen rekenen'.Als een leerling blijvende en opvallende
problemen heeft met rekenen en wiskunde ondanks een normale intelligentie,
kunnen we spreken van dyscalculie. Zowel het niet begrijpen als
het niet toe kunnen passen van wiskunde kan duiden op deze afwijking.
Dyscalculie is een afwijking die met name in het vak rekenen/wiskunde
zelf naar voren komt en heeft minder invloed op andere vakken, zoals
dyslexie dat heeft. In het dagelijks leven kan dyscalculie naar
voren komen bij het onthouden van telefoonnummers, het klok kijken
en andere dingen waarin getalbegrip, hoofdrekenen, etcetera voor
nodig is.
Hoe te herkennen?
Niet iedereen met rekenproblemen heeft automatisch last van dyscalculie.
De problemen kunnen ook ontstaan door slecht onderwijs, een leesprobleem,
zwakke intellectuele mogelijkheden, een te hoog onderwijsniveau
of een verkeerde werkwijze.
Als een leerling moeite heeft met getalsymbolen en het toekennen
van een waarde hieraan, moeite heeft met plus- en minsymbolen en
vaardigheden als aftrekken, optellen, vermenigvuldigen en delen,
geheugenproblemen heeft en al rekenend informatie uit het korte
geheugen verliest en dit allemaal na een half jaar begeleiding niet
afneemt, kunnen we spreken van kenmerken van dyscalculie.
Hoe te handelen?
Net als bij dyslexie is het belangrijk dat de problemen van de leerling
worden onderkend. Er zijn instanties die dit kunnen onderzoeken.
Als het onderkend is, wordt een speciaal programma met oefeningen
gebruikt om te problemen te verminderen.
Alvorens dit te doen moet er goed gekeken worden naar de leermethoden
van het kind, de kwaliteit en de zwaarte van het onderwijs en zaken
als het moeite hebben met lezen en begrip van opdrachten in het
algemeen. Veel huiswerkinstituten kunnen hierin adviseren en de
leerlingen deskundig begeleiden. Uiteraard zijn er ook organisaties
die zich in dyscalculie hebben gespecialiseerd.
NLD
Wat is NLD?
NLD staat voor Nonverbal Learning Disability. Een kind dat aan dit
syndroom lijdt verwerkt nauwelijks informatie via het voelen en
zien, maar des te beter via het gehoor en de spraak. Dit komt door
een tekort aan zogenaamde 'witte stof'in de rechterhersenhelft.
Het 'tactiele' en visuele geheugen van NLD-kinderen is niet goed
ontwikkeld, net als het visueel-ruimelijk inzicht.
Hoe te herkennen?
Als een kind een duidelijk gebrek aan voorstellingsvermogen lijkt
te hebben, moeite met het aanleren en toepassen van regels, problemen
met schrijven vertoont door het gebrek aan een fijne motoriek, problemen
met lezen en spellen, door het herkennen van een klant-tekenkoppeling,
woorden en letters.
In het gedrag van kinderen met NLD is te herkennen dat ze moeilijk
met andere kinderen kunnen spelen. Ze dringen hun eigen visie op,
zijn snel uit het veld geslagen en overgevoelig voor kritiek. Ze
zijn prikkelgevoelig, ongeduldig en koppig.
Hoe te handelen?
Het is belangrijk het kind thuis goed voor te bereiden op nieuwe
situaties, structuur en regels. Bespreek mogelijkheden en situaties
vantevoren. In de schoolsituatie is een kind gebaat bij het individueel
en stap-voor-stap verwerven van informatie en vaardigheden.
Het moet in eigen tempo kunnen verwerken wat het geleerd heeft
met daarbij een flinke zet in de rug, omdat het niet vanzelf gaat.
U kunt het beste contact opnemen met een remedial teacher, die u
kan helpen met het ontwikkelen van structuur en regels.
Faalangst
Wat is faalangst?
Faalangst is de angst die optreedt in bepaalde situaties of bepaalde
situaties. Het is een afgebakende angst die je kunt benoemen en
heeft ergens mee te maken. Er is sprake is van een verplicht uit
te voeren opdracht, die gekoppeld is aan deze angst. Door deze angst
presteren leerlingen onder hun niveau. Zo'n tien procent van alle
leerlingen heeft last van faalangst.
Er zijn drie soorten faalangst te onderscheiden: cognitieve, sociale
en motorische faalangst die respectievelijk te maken hebben met
leren, gedrag in groepsverband en met lichamelijke inspanning.
Hoe te herkennen?
Door goed te kijken en te luisteren kun je als ouders signalen opvangen
die kunnen wijzen op faalangst. Als er een opdracht wordt gegeven
aan een kind en lichamelijke reacties als buikpijn, zweten, misselijkheid
en hoofdpijn treden op, dan kan er sprake zijn van faalangst.
Faalangstige leerlingen denken negatief over zichzelf en hun capaciteiten.
Als er een keer wat misgegaan is, denken ze dat dit altijd gebeurt.
Als het een keer goed gaat, dan is dit volgens de leerling puur
toeval of geluk.
Hoe te handelen?
Een ouder heeft veel invloed op de wijze waarop kinderen omgaan
met faalangst. Die invloed is merkbaar in de dagelijkse omgang.
Praat over de faalangst en vertel dat dit bij het leven hoort. Dat
iedereen wel eens een moment van faalangst heeft gekend. Dat scheelt
enorm in hun eigen beleving van faalangst. Het maakt hen minder
uniek. Vertel dat het af en toe helemaal niet erg is om te mislukken
op een bepaald gebied. Nuanceer dingen en probeer een goed evenwicht
te laten zien tussen negatieve en positieve resultaten.
Hoogbegaafdheid
Wat is hoogbegaafdheid?
Er is een aantal signalen dat kan wijzen op hoogbegaafdheid van
kinderen. Het is niet zo dat iedereen die deze kenmerken of een
gedeelte hiervan heeft hoogbegaafd is. Omdat het belangrijk kan
zijn de problemen vroeg te onderkennen volgt hieronder een aantal
signalen dat kan duiden op hoogbegaafdheid.
Het vroege zitten van een baby, het vroege lopen van kinderen en
het overslaan van de kruipfase. Het complexe taalgebruik op vroege
leeftijd (14-16 maanden) en het sowieso vroeg leren spreken (soms
al 8-10 maanden). De 'dus'-redenering die een jaar eerder dan normaal
wordt gebruikt (2 jaar). Het niet nodig hebben van veel slaap door
geestelijke alertheid.
Hoogbegaafdheid heeft drie basiskenmerken. Een meer dan gemiddelde
taakgerichtheid en volharding bij activiteiten, een hoger dan gemiddelde
intellectuele capaciteit. Een meer dan gemiddelde creativiteit bij
de aanpak van nieuwe situaties en problemen.
Hoe te handelen?
Als de indruk bestaat dat een leerling hoogbegaafd is, is het mogelijk
om de intellectuele capaciteiten te meten door middel van een intelligentietest.
Deze kan onder meer worden aangevraagd bij MENSA, maar er zijn veel
organisaties die deze tests uitvoeren. Problemen in het onderwijs
door hoogbegaafdheid ontstaat vaak door verveling.
Leerlingen die niet voldoende belast worden gaan zich met andere
zaken bezighouden en richten zich daardoor niet of niet voldoende
op de verplichte leerstof. In overleg met school kunnen extra opdrachten
worden gegeven en leerlingen kunnen door school en met name ook
door ouders gestimuleerd worden op extra begeleiding en stimulatie
op andere interesse-gebieden als astronomie, informatiekunde en
architectuur.
Ook aan de sociale activiteiten van de leerling moet aandacht worden
besteed om het 'uit de groep vallen' te voorkomen. Er zijn netwerken
van hoogbegaafde leerlingen, zodat ze leeftijdgenoten met dezelfde
'handycap' kunnen ontmoeten. Ook internet kan een belangrijke rol
hierin spelen.
Daarnaast worden er speciale cursussen georganiseerd door universiteiten
om dit type leerling meer te stimuleren. Soms is het zinvol om door
middel van huiswerkbegeleiding de leerling zich bewust te maken
van het belang van het aanleren van basisvaardigheden binnen het
onderwijs, het leren van een goede studiemethode of het krijgen
van extra opdrachten of vooruit werken.
ADHD
Wat is ADHD?
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder,
oftewel: AANDACHTS-TEKORT-STOORNIS MET HYPERACTIVITEIT.
Hoe te herkennen?
Als iemand vergeetachtig is, veel moeite heeft met details,
zijn spullen kwijtraakt, niet goed kan luisteren, heel impulsief
reageert, onbewust voordringt, vreetbuien heeft, dan kan dit wijzen
op ADHD. Dit kan voorkomen onder jongeren en ouderen. Uit onderzoek
blijkt 3% van alle kinderen hieraan te lijden. Dat betekent dat
in elke klas wel iemand zit, met deze stoornis! Zo'n 100.000 volwassenen
hebben hier last van, vaak zonder dat ze dit weten. Er zijn behoorlijk
wat stoornissen met dezelfde verschijnselen, dus als iemand bovenstaande
symptomen heeft wil dat niet zeggen dat hij ADHD heeft.
Hoe te handelen?
Als de studieresultaten en het functioneren binnen het gezin
lijden onder extreme verschijnselen, die lijken op het hierboven
beschreven gedrag, dan is het verstandig om dit te laten onderzoeken.
ADHD kan ook voorkomen naast andere stoornissen, zoals dyslexie,
maar er is wetenschappelijk nog nooit een verband aangetoond. Er
zijn geen testen die ADHD voor 100% kunnen vaststellen. Er wordt
veel onderzoek gedaan, maar het is niet zeker dat met een EEG of
MRI een definitieve diagnose kan worden gesteld. Deskundigen kunnen
wel steeds beter deze stoornis herkennen. Ga dus naar een ervaren
arts, bij voorkeur een kinder- en jeugdpsychiater of een psychiater
voor volwassenen. Dit is in ieder geval belangrijk om andere psychische
en lichamelijke oorzaken uit te sluiten.
Pesten
Wat is pesten?
Als kinderen worden gepest lijdt dit soms tot de verslechtering
van schoolresultaten. Een voorbeeld: knappe koppen worden soms
gepest omdat ze te hoge cijfers halen. Zij gaan soms hun best doen
om slechter te presteren. Zo vallen ze misschien minder op en worden
ze minder gepest, denken ze. Een andere leerling wordt gepest omdat
hij rood haar heeft of een bril.
Sommige leerlingen die worden gepest blijven zoveel mogelijk thuis
omdat het op school niet te harden is. Hierdoor krijgen ze achterstanden
op school. Of er ontstaan concentratieproblemen: leerlingen kunnen
hun hoofd niet meer bij hun huiswerk houden.
De docenten grijpen lang niet altijd in als er gepest wordt. Ook
doet de helft van alle leerlingen niets als een klasgenoot wordt
gepest. Pesten is een groot probleem voor kinderen. Vaak groter
dan wordt verondersteld. Toch beginnen veel kinderen er thuis niet
over.
Hoe te herkennen?
Het is moeilijk om erachter te komen of uw kind wordt gepest.
Wellicht hebben opmerkzame ouders een verandering in het gedrag
van hun kind bespeurd, of geconstateerd dat de eetlust niet optimaal
is, of zelfs dat het kind slecht slaapt. Als u aan het kind vraagt
wat er aan de hand is, zal het in de meeste gevallen ontwijkend
antwoorden. Een kind dat gepest wordt zal bijna altijd bang zijn
en zich er voor schamen om te moeten vertellen dat het op school
gezien wordt als een raar, lelijk of dom kind. Het is misschien
bang dat het probleem juist groter wordt. Stel je voor: je vader
of moeder zou weleens contact op kunnen nemen met de ouders van
de pestkop of met de leerkracht op school! De pesterijen worden
dan misschien juist erger.
Ook de seksuele voorkeur kan een middelpunt zijn van pesterijen.
Ook al is een kind er zelf nog niet over uit wat de voorkeur is,
de klas kan dit al hebben bepaald en het als mikpunt hebben uitgekozen.
Het is voor veel kinderen niet gemakkelijk om dit thuis aan te
kaarten.
Hoe te handelen?
Als hij wel thuiskomt met het probleem, zeg dan niet dat u vroeger
zelf ook gepest werd en toch goed terecht bent gekomen. Waar een
kind ook niks aan heeft, is zeggen dat het zich er niets van aan
moet trekken. Neem als ouder de pesterijen serieus en vergelijk
het probleem van het kind niet met wat zich eventueel in uw eigen
jeugd heeft afgespeeld. Neem alle tijd om het probleem van het
kind aan te horen en probeer het vertrouwen te geven door te vertellen
met de docent over het probleem te praten en het te helpen oplossen.
Voor het oplossen van het probleem is niet één vastgestelde
weg, maar het ligt wel voor de hand om te beginnen met het aanspreken
van een docent van het kind. In een aantal gevallen levert dit
te weinig op en moet het een stapje hogerop gezocht worden bij
het hoofd van de school.
Praat in ieder geval met uw kind. Breng het respect voor anderen
en eigenwaarde bij! Maak duidelijk dat je als persoon niet alles
moet doen omdat een ander er ‘iets’ van kan vinden.
Dat geldt ook voor ouders die een kind hebben dat zelf pest! Dit
laatste komt vaak omdat het kind aandacht te kort heeft gekregen,
het gedrag van anderen (bijvoorbeeld docenten) imiteert, of omdat
het zelf vroeger gepest is. Als uw kind zelf pest is dit probleem
net zo groot als wanneer uw kind wordt gepest!
Ouders mogen het niet weten!
Als je wordt gepest en je wilt dit niet aan je ouders vertellen,
schakel dan iemand anders in die je kan helpen. Je bent echt
niet de enige die wordt gepest en het gaat niet vanzelf over!
Vraag
aan een leraar of iemand van school die je vertrouwt om hulp.
Op elke school loopt wel een vertrouwenspersoon rond! De vertrouwenspersoon
luistert naar je verhaal en kijkt met je naar mogelijke oplossingen.
|