Informatie voor ouders: allochtone leerlingen
 
  Informatie

Taalachterstand
Het grootste probleem onder allochtone scholieren op de middelbare scholen is vaak de taalachterstand. Steeds meer scholen worden zich ervan bewust dat leerlingen die een andere moedertaal dan het Nederlands spreken, niet voldoende geholpen zijn als ze 'aanspreekbaar' zijn gemaakt, ofwel als ze Nederlands kunnen verstaan.

Nederlanders zijn vaak van mening dat scholieren van buitenlandse afkomst maar zo snel mogelijk Nederlands moeten leren. Als dat niet snel genoeg gebeurt en leerlingen lopen een achterstand op, worden ze al snel uitgemaakt voor 'lui' of 'dom'. Ze beseffen niet dat het leren van een taal veel problemen met zich meebrengt. Vaak is het Nederlands niet de tweede taal.

Soms heeft een leerling reeds Marokkaans, Berber, Arabisch en Frans geleerd en is Nederlands de vijfde taal. Of hij heeft in zijn eigen land Papiamento, Spaans en Engels geleerd, en dan hier nog eens Nederlands. Veel middelbare scholieren belanden op opleidingen die wat onderwijs betreft onder hun niveau liggen, alleen omdat ze een taalachterstand hebben. Door een te lage vooropleiding zijn de kansen op een goede studie na de middelbare school vaak verkeken.

naar bovenNederlands als tweede taal
Het Ministerie van Onderwijs heeft jarenlang onderzoek gedaan naar taalachterstanden onder allochtone scholieren. Een projectgroep heeft gewerkt aan "Nederlands als tweede taal". De term Nederlands als tweede taal, dekt twee processen. Enerzijds gaat het om het aanleren van de Nederlandse taal aan kinderen en volwassenen die een andere moedertaal hebben. Anderzijds gaat het erom deze leerlingen en deelnemers lessen te laten volgen in de overige vakken, waarbij Nederlands de instructietaal is. Bijvoorbeeld wereldoriëntatie in het basisonderwijs, natuurkunde in het voortgezet onderwijs of gezondheidskunde in het beroepsonderwijs. De leerkracht spreekt Nederlands en de leerlingen worden geacht de les te begrijpen. Op een eventuele vraag moet een in het Nederlands geformuleerd antwoord worden gegeven.

naar bovenHoe lang duurt het?
Bekend is dat het voor migranten met een geringe opleiding één tot twee jaar duurt om een tweede taal als omgangstaal te leren beheersen. Daarna kun je een aardig mondje meepraten op het schoolplein en op straat. Het is op dit moment zo dat deze migranten vijf tot zeven jaar nodig hebben voordat zij hun tweede taal goed genoeg beheersen als schooltaal. Met andere woorden: een Marokkaanse leerling die in de baby- en peutertijd uitsluitend in Berberkringen verkeerde, spreekt in groep twee van de basisschool al een aardig mondje Nederlands, maar het duurt nu nog tot groep zes of zeven voordat hij of zij net zoveel profijt van de lessen heeft als een kind dat Nederlands als eerste taal heeft.

Zo kan een Ghanese jongen van twaalf in Amsterdam nog tijdens zijn eerste schooljaar de v en z onvervalst scherp uit leren spreken, alsof hij in de hoofdstad geboren is. Maar de vierjarige cursusduur van mavo en voorbereidend beroepsonderwijs is eigenlijk tekort om hem de taal van schoolboeken, toetsen en lessen machtig te maken.

naar bovenMeer meertaligheid op scholen
Meertaligheid op school zal in de toekomst eerder regel dan uitzondering zijn, ook in de kleine woonkernen. Demografische trends zorgen daarvoor. Op dit moment zijn het vooral asielzoekers, die door het spreidingsbeleid uitwaaieren naar alle mogelijke woonplaatsen.

Volwassen asielzoekers zijn vaak hoog opgeleid, waardoor zij in staat zijn te communiceren in meer talen dan hun moedertaal. Migranten hebben meestal minder opleiding genoten. Veel migranten zoeken een eerste aansluiting in het immigratieland bij familie en kennissen uit het geboorteland. Zo ontstaat een omgeving waar het spreken van het Nederlands veelal niet wordt aangemoedigd.

naar bovenSteeds meer allochtone leerlingen
Verreweg de meeste onderwijsinstellingen hebben allochtone leerlingen in de klas. Dat geldt voor driekwart van de basisscholen, voor bijna alle scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (lom) en scholen voor moeilijk lerende kinderen (mlk) en voor 80 procent van de scholen in het voortgezet onderwijs.

Ook de volwasseneneducatie kent al sinds jaar en dag allochtone volwassenen en vele korte opleidingen in het beroepsonderwijs weten niet beter of hun leerlingenbestand is voor een belangrijk deel van niet-Nederlandse oorsprong. De verwachting is dat steeds meer onderwijsinstellingen allochtone leerlingen zullen krijgen.

naar bovenResultaten blijven achter
Ondanks het fseit dat diverse scholen en regionale opleidingcentra flinke inspanningen plegen Nederlands als tweede taal vorm te geven, blijven de resultaten van allochtone leerlingen over het algemeen achter. Bekend is bijvoorbeeld dat hun taalachterstand bij het verlaten van de basisschool één, twee jaar of zelfs meer bedraagt.

Daarnaast is er sprake van een oververtegenwoordiging van deze leerlingen in het speciaal onderwijs. Deze trend zet zich voort in het voortgezet onderwijs. Bekend is dat leerlingen die overstappen van de internationale schakelklas (de eerste opvang in het voortgezet onderwijs) naar gewoon voortgezet onderwijs een terugslag krijgen, omdat zij geacht worden volledig mee te draaien in het reguliere onderwijs. Allochtone leerlingen zijn oververtegenwoordigd in vbo en mavo.

Doordat zij in havo en vwo nog weinig doordringen, zijn zij in het daarop aansluitend hoger onderwijs praktisch afwezig. Bovendien zitten er verhoudingsgewijs veel allochtonen onder de voortijdig schoolverlaters.

naar bovenHet beleid van de Nederlandse regering
Ook al is de verantwoordelijkheid voor aanpak van de taalproblematiek in het onderwijs voor het grootste deel bij gemeenten gelegd, de formulering van de beleidsdoelstellingen van het achterstandenbeleid blijft een rijkstaak. Als landelijke prioriteiten zijn tot 2001 gekozen: de voor- en vroegschoolse educatie, beheersing van de Nederlandse taal, vermindering van de verwijzing naar speciale voorzieningen, evenredige deelname aan het onderwijs van achterstandsgroepen en monitoring.

Afhankelijk van de plaatselijke situatie, kunnen de gemeenten in overleg met de scholen hierbinnen hun eigen accenten bepalen. De rol van gemeenten bij Nederlands als tweede taal is niet nieuw. In vele steden noodzaakte de komst van veel allochtonen al eerder tot gezamenlijke maatregelen. Zo zijn centrale opvangvoorzieningen tot stand gekomen voor alle leerplichtigen die nog geen Nederlands spreken. Maar in sommige plaatsen gebeurt meer.

Daar organiseert de gemeente bijvoorbeeld nascholing van docenten en peuterleidsters, een extra inspanning via de schoolbegeleidingsdienst of voorschoolse vorming.

naar bovenHet taalbeleid op scholen
De definitie van taalbeleid luidt: 'taalbeleid is de structurele en strategische poging om de dagelijkse onderwijspraktijk in een multi-etnische school aan te passen aan de taalleerbehoeften van alle leerlingen en deelnemers met het oog op het verbeteren van de onderwijsresultaten van deze leerlingen'. Een belangrijk element uit deze definitie is dat scholen een strategische afweging moeten maken: nieuwe activiteiten zorgvuldig kiezen, met heldere en zichtbare doelen voor ogen.

Het is verstandig te kiezen voor een gefaseerde invoering, zodat de doelen haalbaar zijn. Het werkt meestal niet om alles wat met taal te maken heeft tegelijkertijd te veranderen. Om witte vlekken en breuklijnen te voorkomen zou elke onderwijsinstelling haar eigen vakoverstijgende taalleerlijn moeten vaststellen en uitwerken, rekening houdend met de eigen uitgangspunten en leerlingpopulatie.

naar bovenNederlands bij andere vakken
Taalbeleid omvat verschillende onderdelen. Onderwijs van het Nederlands als tweede taal aan meertaligen is de eerste noodzakelijke stap. Maar daarmee spreek je nog niet van taalbeleid.Het is nog te vaak zo dat leraren, zonder erbij na te denken, hun allochtone leerlingen confronteren met termen die buiten hun Nederlandse woordenschat vallen.

Taalbeleid begint dan ook bij het geven van aandacht aan taal binnen alle vakken en leergebieden. We spreken dan van Nederlands als instructietaal. Pas als het leren van Nederlands als schooltaal en het onderwijs dat in het Nederlands wordt gegeven op elkaar zijn afgestemd, kun je spreken van een geïntegreerd taalbeleid. Uiteraard kan het onderwijs in allochtone levende talen ook onderdeel uitmaken van het taalbeleid.

naar bovenNederlands voor 'neven-instromers'
De praktijk van de afgelopen decennia heeft geleerd dat het voor een normale school voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs moeilijk is leerlingen die rechtstreeks uit het buitenland komen Nederlands te leren. Deze zogeheten zij- of neveninstromers kunnen de beginnerslessen Nederlands beter krijgen van gespecialiseerde leerkrachten Nederlands als tweede taal in een aangepast lesprogramma.

Een cluster van scholen, in één gemeente of van meerdere plaatsen, kan een dergelijke eerste opvang instellen. Gespecialiseerde leerkrachten komen langzamerhand beschikbaar, doordat de pabo's een specialisatie Nederlands als tweede taal bieden.

Bovendien is in 1996 een post-hbo opleiding begonnen, waarmee zittende leerkrachten van alle onderwijssectoren zich kunnen bekwamen in Nederlands als tweede taal. De nascholingscursus is parttime, duurt een jaar en wordt gegeven in zeven plaatsen van het land.

Doordat deze eerste opvang elders plaatsvindt, heeft een doorsnee onderwijsinstelling vooral te maken met kinderen en volwassenen die het Nederlands een klein beetje beheersen. Het programma van taalverwervingslessen voor deze groep ligt vast in een zogeheten taalleerlijn. In het begin speelt mondelinge taalverwerving een grote rol en daarbij staat de woordenschat centraal.

Tevoren is vastgelegd welk pakket woorden in welke periode behandeld en beheerst moet worden. Van de leerlingen worden voornamelijk receptieve (in dit geval luisteren) prestaties verwacht, omdat taalbegrip voorafgaat aan taalproductie. Bij het leesonderwijs richt de aandacht zich (indien van toepassing) op de verschillen tussen Latijns-schrift, dat bij het Nederlands gebruikt wordt, en niet-Latijns schrift.

Naarmate de taalverwerving vordert ontstaat er meer overlap met de reguliere lessen voor de leerlingen voor wie Nederlands de moedertaal is. Dan komen ook begrijpend lezen, leesstrategieën en tekstbegrip aan de orde. De lessen zijn dan zodanig gevorderd dat het al gaat om de beheersing van het Nederlands als schooltaal. De groepering van de leerlingen kan dan worden aangepast, zodat bijvoorbeeld ook de wat taalzwakkere leerlingen met Nederlands als moedertaal, meedraaien in de aparte lessen.

naar bovenInternet als ondersteunend medium
De eigenschappen van internet maken het uitermate geschikt om te dienen als ondersteuning van het onderwijs, zeker op die plaatsen waar taalproblemen leerachterstanden veroorzaken. Het is bijvoorbeeld een uitstekend medium voor afstandsonderwijs.

Terwijl de leerling bezig is met het zich eigen maken van de Nederlandse taal, kan hij onderwijs blijven volgen in zijn eigen land via het WWW. Er worden steeds meer methoden ontwikkeld die dit type onderwijs mogelijk maken. Internet is ook belangrijk voor het begrijpen van de eigen cultuur van een leerling, en uiteraard van de cultuur en achtergrond van een medeleerling.

Daarnaast wordt door internet steeds vaker Engels als lingua franca gebruikt en bestaan er steeds betere technieken om woorden of hele stukken tekst te vertalen. Steeds meer informatie kan ook in de eigen taal van de leerling worden opgezocht. Dit kan bijdragen aan de begrijpelijkheid van het onderwijs.

naar bovenHuiswerkbegeleiding voor allochtone scholieren
Het is de verantwoordelijkheid van de scholen/ gemeenten om allochtone leerlingen te helpen met hun studie, zowel door hulp te geven bij het Nederlands, als de achterstanden die ontstaan weg te werken door extra studiebegeleiding. Dit blijkt dat dit in de praktijk niet altijd afdoende te zijn.

Er zijn grote groepen scholieren die zo'n afkeer van het Nederlandse onderwijs krijgen, juist doordat ze niet helemaal mee kunnen komen, dat ze de extra begeleiding laten voor wat het is. "Groepsdenken" kan dit proces versterken. Het is belangrijk dat leerlingen zich bewust worden gemaakt van het belang van goed onderwijs voor een latere carrière. Hierbij kan de voorbeeldfunctie van allochtone studenten een belangrijke rol spelen.

Deze kunnen laten zien dat een goede opleiding na het afronden van de middelbare school ook voor allochtone leerlingen is weggelegd. Er bestaan verenigingen van allochtonen in Nederland die zich op deze vorm van huiswerkbegeleiding hebben gericht.

Ook veel gemeenten hebben projecten voor buitenschoolse begeleiding gestart. Centrale naschoolse opvang voor allochtone scholieren blijkt erg populair en zinvol. Als er ondanks de zorg voor de Nederlandse taal, toch nog veel achterstanden zijn, waardoor de leerling niet kan meekomen in de klas, kan het erg zinvol zijn om huiswerkbegeleiding te geven. Juist omdat particuliere huiswerkinstituten niet in een schoolse omgeving werken, kan de leerling hier een andere houding aannemen en kan hij zich bewust worden van het belang van goed onderwijs en het verbeteren van de Nederlandse taal als ondersteuning daarvan.

 

Taalachterstand

Nederlands als tweede taal

Hoe lang duurt het?

Meer meertaligheid op scholen

Steeds meer allochtone leerlingen

Resultaten blijven achter

Het beleid van de Nederlandse regering

Het taalbeleid op scholen

Nederlands bij andere vakken

Nederlands voor 'neven-instromers'

Internet als ondersteunend medium

Huiswerkbegeleiding voor allochtone scholieren

voor leerlingen

huiswerkbegeleiding

uittreksels

Ezelsbruggetje.nl

studietips

huiswerkbegeleiding

voor ouders

over huiswerkinstituten

studieproblemen

allochtone leerlingen

testen

remedial teaching

online huiswerkbegeleiding

voor studenten

vacatures

voor huiswerkinstituten

vermelding

LVSI

vacatures

leerlingvolgsysteem

huiswerkbegeleiding.nl

wie zijn wij?

contact opnemen

pers

adverteren

Copyright 2010 | HBMEO / Acato | DISCLAIMER